Dirk Elst
zondag 2 oktober 2011
zaterdag 24 september 2011
Côté Tervuren. Een luisterspel.
Dit luisterspel maakte ik samen met Joy Voncken. Het is een halte in het parcours van de tentoonstelling 'Uncensored, die loopt van 23 september 2011 tot 8 juli 2012 in Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Je kan het beluisteren in de kelderzaal waar de olifantenschedels bewaard liggen.
MUZIEK
VERHAAL.
Olifanten maken o.a. gebruik van een laagfrequent geluid (infrageluid) om over lange afstanden met elkaar te communiceren. Hiervoor doen ze beroep op de omgeving of ruimte, nl. de lucht en de grond. In een van haar basisvormen vervult percussie een vergelijkbare functie, nl. communicatie.
Voor ‘Coté Tervuren’ werden er veldopnames gemaakt van een olifant in gevangenschap (Zoo van Antwerpen). De opnames van zijn gebrom en geritsel worden gemengd met subtiele percussie.
Op die manier verandert de kelderzaal in een klankkast/kijkdoos. Ze is –mede door de aanwezigheid van de schedels- ook een metafoor voor het aanzienlijke geheugen van zowel de olifant als van het museum.
PERSONAGES.
In het gesproken gedeelte bezoeken drie vrienden de kelderzaal. Ze kijken verwonderd om zich heen. Een van hen neemt een schriftje uit zijn tas en vraagt de anderen of hij iets mag voorlezen. Het blijkt een fragment uit zijn dagboek te zijn.
ANIHILISSE, L’ETRANGER:
“Je tente de modéliser le monde maintenant.
Je n'ai que des phrases qui conjuguent le présent.
Dés qu'elles se trouvent sur papier, elles se sentent
quelque part, miroir du passé.”
RUDI, THE GHOSTWRITER:
“It seems it all came together between hand and page, no?
But do you still feel at home with your words?
You’re writing down memories, aren’t you?
As if you’re afraid of losing them.
Are you still peering through the fence?
Why don’t you just open up?”
CHARLOTTE, DE WETENSCHAPPER
“Bon, allemaal goed en wel.
Er bestaat nog steeds geen geheugen voor de toekomst.
Geen soortgelijk apparaat.
We kunnen ver achteruit denken,
maar niet even ver vooruit,
wat dat betreft zijn we eerder… onhandig.
Zetten wij om die reden heel de wereld naar onze hand?”
Veldopnames, percussie en concept: Joy Voncken
Tekst: Dirk Elst
Stemmen: Dirk Elst, Maarten Moesen & Lore Creve
Mix & master: Maarten Moesen & Joy Voncken
Met dank aan KMDA
LINKS
http://uncensored.africamuseum.be/nl
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=323G2GJG
http//www.myspace.com/motorchestre
MUZIEK
VERHAAL.
Olifanten maken o.a. gebruik van een laagfrequent geluid (infrageluid) om over lange afstanden met elkaar te communiceren. Hiervoor doen ze beroep op de omgeving of ruimte, nl. de lucht en de grond. In een van haar basisvormen vervult percussie een vergelijkbare functie, nl. communicatie.
Voor ‘Coté Tervuren’ werden er veldopnames gemaakt van een olifant in gevangenschap (Zoo van Antwerpen). De opnames van zijn gebrom en geritsel worden gemengd met subtiele percussie.
Op die manier verandert de kelderzaal in een klankkast/kijkdoos. Ze is –mede door de aanwezigheid van de schedels- ook een metafoor voor het aanzienlijke geheugen van zowel de olifant als van het museum.
PERSONAGES.
In het gesproken gedeelte bezoeken drie vrienden de kelderzaal. Ze kijken verwonderd om zich heen. Een van hen neemt een schriftje uit zijn tas en vraagt de anderen of hij iets mag voorlezen. Het blijkt een fragment uit zijn dagboek te zijn.
ANIHILISSE, L’ETRANGER:
“Je tente de modéliser le monde maintenant.
Je n'ai que des phrases qui conjuguent le présent.
Dés qu'elles se trouvent sur papier, elles se sentent
quelque part, miroir du passé.”
RUDI, THE GHOSTWRITER:
“It seems it all came together between hand and page, no?
But do you still feel at home with your words?
You’re writing down memories, aren’t you?
As if you’re afraid of losing them.
Are you still peering through the fence?
Why don’t you just open up?”
CHARLOTTE, DE WETENSCHAPPER
“Bon, allemaal goed en wel.
Er bestaat nog steeds geen geheugen voor de toekomst.
Geen soortgelijk apparaat.
We kunnen ver achteruit denken,
maar niet even ver vooruit,
wat dat betreft zijn we eerder… onhandig.
Zetten wij om die reden heel de wereld naar onze hand?”
Veldopnames, percussie en concept: Joy Voncken
Tekst: Dirk Elst
Stemmen: Dirk Elst, Maarten Moesen & Lore Creve
Mix & master: Maarten Moesen & Joy Voncken
Met dank aan KMDA
LINKS
http://uncensored.africamuseum.be/nl
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=323G2GJG
http//www.myspace.com/motorchestre
maandag 13 juni 2011
Giovanni Barcella- drummer and poet.
Giovanni Barcella has asked me to write 'a poem' about his work as a drummer. We know each other for years. We have discussed a lot. So I have an idea of how he sounds like. Some dialogues have to stay cherished. Well, that poem turned out to be without any rhyme. I'm sorry for that. Anyway, here it is:
'I try to de-compose the contemporary aesthetics
of pleasing and appealing
-beauty for instance-
because they don't accept real catastrophs,
sadness nor dead.
I'm 'not convinced' all the time,
just by a lifting of the eyes,
that is.
That makes me a weak.
But I do see the weakness of being convinced too.
Probably because of me, being a weak.
So I try to de-compose,
and question myself and those aesthetics.
To find a way out,
to get me silenced somehow.
There's something going on with frankness,
I guess.
Huh, to me? (You were asking?)
Their format seems rather an empty basket.
It only reassures,
what the cultural industry accepts,
or what it is convinced of,
or what it permits
to be of some value or not.
Does that sound appealing to you?'
'I try to de-compose the contemporary aesthetics
of pleasing and appealing
-beauty for instance-
because they don't accept real catastrophs,
sadness nor dead.
I'm 'not convinced' all the time,
just by a lifting of the eyes,
that is.
That makes me a weak.
But I do see the weakness of being convinced too.
Probably because of me, being a weak.
So I try to de-compose,
and question myself and those aesthetics.
To find a way out,
to get me silenced somehow.
There's something going on with frankness,
I guess.
Huh, to me? (You were asking?)
Their format seems rather an empty basket.
It only reassures,
what the cultural industry accepts,
or what it is convinced of,
or what it permits
to be of some value or not.
Does that sound appealing to you?'
woensdag 18 mei 2011
Het graf van Toetanchamon.

Toetanchamon was, in tegenstelling tot wat sommigen beweren, niet zo zot van de zon en huwde vermoedelijk om dezelfde reden zijn halfzus. Samen hadden ze dode kindjes. Zelf stierf de jongeman naar het schijnt aan een slangenbeet. Zijn graf leek me nogal over de top, ook al las ik ergens dat zijn graftombe een in der haast bijeengeraapt zooitje was. Niet van betekenis in vergelijking met de luister die grafschenners in de grote piramiden vonden. De grot waarin men Toetanchamon ontdekte, had in feite een andere, ons onbekende, bestemming. Wat ik te zien kreeg op de tentoonstelling in de Brusselse Heizel was dus de pracht en praal van de laatste rustplaats van een pauper. Mijn gevoel voor verhoudingen zou na die bewuste zondag in Brussel nooit meer dezelfde zijn...
Bon, laten we vooral bij de les blijven. Hier dient een verslag geschreven. De relevantie ervan laat ik in het midden. Een gebrek aan noodzaak lijkt me trouwens het ergste wat een verslaggever kan overkomen. Een heikele kwestie me dunkt. Ik wil met dit verslag een alternatief bieden voor de audiogids, die tekst en uitleg gaf bij de virtuele tentoonstelling. Ik bezocht ze uit jeugdsentiment. Ooit identificeerde ik me met de farao in kwestie. In de Kempen was dat. Ieder zij zegje en verantwoording. Een zoektocht naar herkenbaarheid, met diverse associaties naar een herkenbaar en een schijnbaar gedeeld verleden. Dat is belangrijk vandaag de dag, toch? Ook al betreft het hier Egypte. Vormgegeven en gepresenteerd op een virtuele (fake?) tentoonstelling in de onafhankelijke republiek Brussel. Ok, genoeg over de actualiteit. Laten we het vooral over het verleden hebben.
Toetanchamon was de laatste telg uit een heilige bloedlijn. Zijn vader ontpopte zich tot de allereerste monotheïst en huwde ondertussen Nefertete. '1 God 1 volk', het trok toen nog de knapste vrouwen aan. Een heroïsche tijd waarin men vrouwen nog niet uit de grote verhalen schrapte, zoals later enkele macho (en bange?) monotheïsten wel deden. Toetanchamon was echter niet zo fanatiek. Althans wat zijn goden betreft. Ik geloof dat hij echtgenoot en minnaar tegelijk was. Moby dick who tries to be a killer whale, zoiets.
Aan de lekkere prenten te zien, hield hij van atletische vrouwen. De man bezat zelfs een fenomenale feminatheek avant la lettre. In real time, bedoel ik dan. Een harem? Kortom, multitasking was hem niet vreemd. In zijn dode en gekruiste armen vond men een kleine Sinterklaas staf en een gesel. Even dacht ik aan een complot van het Vaticaan. En toen ik de sarcofaagjes met zijn ingewanden zag, dacht ik aan Star Wars. Bon, hij werd met de nodige egards bewaard. In massief goud en zo. De zittende hond was mijn favoriet. Een wakende jakhals die 3000 jaar in het duister op een gouden tabernakel zat. Hij zag je echt, de wachtende rakker.
‘Den Toet’ nam ook een haarlok van zijn grootmoeder mee in het graf. Een womanizer die zijn zaakjes wel voor mekaar had, me dunkt. De tentoonstelling van het graf was zo fanatiek prachtig dat ik het bijna op een gillen zette. Wat wil je, met zo veel goddelijkheid voor je neus hoop je stilletjes op een wedergeboorte, toch? Al beving me de paradoxale gedachte dat ik nooit werkelijk geboren ben. Ik staar af en toe in de oneindigheid of in een glazen kast bijvoorbeeld, zonder werkelijk iets te zien. Een blik kan doden, gedood worden en zodoende dood zijn. Zelfs de zonnegod moet zoiets gekend hebben.
Zijn mummie leek me overigens goed bewaard. Ze deden hun best, daar in de Vallei der Koningen. Maar met zulke ‘hongerige looks’ kan je toch moeilijk in het hiernamaals over straat lopen. Daar kijkt geen enkele jonge maagd naar om. Natuurlijk, Toetanchamon leek aanvankelijk geprepareerd voor een gemaskerd bal. Enkele archeologen hadden daar zo hun eigen idee over en brachten hem terug tot wat zij dachten dat de essentie was: een schriel mummie, ontdaan van zijn kostuum voor de eeuwigheid. Archeologen houden blijkbaar van menselijkheid. Ik zou de mening van de zittende jakhals daarover wel eens willen horen.
Trouwens op een fijn juweel van meteoriet zag ik nog een ander huisdier: Een goddelijke mestkever die de zon in de lucht hield. Er is nog hoop op een dageraad, beste lezers. Weldra, indien de sterren en kevers het nog zien zitten met ons, wij verdwijnenden. Alles slechts eenmaal, eenmaal slechts en niet vele malen. Misschien gunnen ze het ons nog, de sterren en kevers. Ook al schreef men in heilige boeken dat we het tegendeel verdienen.
Na mijn tocht door de tentoonstelling at ik braaf een broodje uit een plastic bakje en dronk een Vedett. In het Jubelpark was dat. Onder het bankje waarop ik zat, lag het bezaaid met kleine snoepflesjes 'Vodka-Lemon'. Ik was even terug een hangjongere. Mijn oksels stonden ditmaal niet in brand. Ik verlangde naar een zonnebril. Om de zachte kleuren ervan. Om de 'verheerlijking' van de schrale feiten ook.
Ach ja, voor ik het vergeet, de God van de Kunstenaars nam hij ook mee in het graf. Hij was prachtig zwart en had een inktblauwe helm op. Ik zag ook veel boten. En engelachtige meisjes met gespreide armen aan elke hoek van zijn bed. ‘Den Toet’: de gebalsemde echtgenoot en gouden minnaar. Zou hij op de pot zijn oren hebben dichtgestopt?
Labels:
Toetanchamon
zondag 3 april 2011
De nacht van de poëzie. Een klein en subjectief (ingebeeld?) verslag.
Giraf in een kathedraal.
Ze liep door de middenbeuk met wiebelende billen, charmant
alsof ze daar gelukkig van werd. Haar hoofd dobberde
ervan. Op dat moment had het wél plaats op haar lijf.(*)
Terwijl het altaar dichterbij kwam en de rode loper waarop ze liep
op een tong uit een verstomde mannetjesbek leek,
voelde ze de kathedraal enkel door zichzelf gevuld.
Op het altaar draaide ze zich om.
Ze strekte de nek en keek door de glasramen
naar de nacht. Hoog in de nok was het daar
mooi geweest, die dag. Haar ogen blonken,
terwijl ze voordroeg in kleuren en verzen,
zomaar, mooi uit het hoofd,
terwijl ze vanuit de hoogte misschien dacht:
"Mijn gat jeukt zo en die glasramen had ik graag zelf gemaakt.
Tja, dat is nou eenmaal traditie. Daar kijk je eens lief door."
Achteraan in de kathedraal lalde iemand iets over 'revolutie'.
Er waren ondertussen camera's. Vandaar.
Zij was een giraf die nacht.
Maar niets menselijks was haar vreemd.
Ze las niet: "In godsnaam, hoe raak ik uit deze kathedraal weg?"
Neen, hij zat haar nog te lekker, als een boerka van steen,
gebouwd door mannen waarvan men achteraf
zegt dat ze heel berucht en bedreven waren geweest.
Toen ze weg was, overdonderde een ander in gebrul.
Revolutie is een kwestie van volume en paljasserij.
Enkele parochianen raakten dronken van gedweep die nacht.
Iemand zong over een haven.
Hij was daar blijkbaar al eens gepasseerd.
(*)Is trots het gekke verband tussen lijf en hoofd wanneer beide voelen dat ze samen goed bezig zijn?
Ze liep door de middenbeuk met wiebelende billen, charmant
alsof ze daar gelukkig van werd. Haar hoofd dobberde
ervan. Op dat moment had het wél plaats op haar lijf.(*)
Terwijl het altaar dichterbij kwam en de rode loper waarop ze liep
op een tong uit een verstomde mannetjesbek leek,
voelde ze de kathedraal enkel door zichzelf gevuld.
Op het altaar draaide ze zich om.
Ze strekte de nek en keek door de glasramen
naar de nacht. Hoog in de nok was het daar
mooi geweest, die dag. Haar ogen blonken,
terwijl ze voordroeg in kleuren en verzen,
zomaar, mooi uit het hoofd,
terwijl ze vanuit de hoogte misschien dacht:
"Mijn gat jeukt zo en die glasramen had ik graag zelf gemaakt.
Tja, dat is nou eenmaal traditie. Daar kijk je eens lief door."
Achteraan in de kathedraal lalde iemand iets over 'revolutie'.
Er waren ondertussen camera's. Vandaar.
Zij was een giraf die nacht.
Maar niets menselijks was haar vreemd.
Ze las niet: "In godsnaam, hoe raak ik uit deze kathedraal weg?"
Neen, hij zat haar nog te lekker, als een boerka van steen,
gebouwd door mannen waarvan men achteraf
zegt dat ze heel berucht en bedreven waren geweest.
Toen ze weg was, overdonderde een ander in gebrul.
Revolutie is een kwestie van volume en paljasserij.
Enkele parochianen raakten dronken van gedweep die nacht.
Iemand zong over een haven.
Hij was daar blijkbaar al eens gepasseerd.
(*)Is trots het gekke verband tussen lijf en hoofd wanneer beide voelen dat ze samen goed bezig zijn?
Labels:
De Nacht Van De Poëzie.
Abonneren op:
Berichten (Atom)